
Waarom je badkamerverwarmer steeds kapotgaat (en hoe je dit kunt oplossen)
Laten we eerlijk zijn: de meeste badkamerverwarmers zijn behoorlijk slecht. Je kent ze vast wel – die ouderwetse lampverwarmers die moeite hebben om je warm te houden en die meestal al kapotgaan zodra de winter zich aandient.
Het probleem is meestal de vochtigheid. Badkamers zijn immers soort van ‘vochtige kamers’. Dat vocht dringt gemakkelijk door tot in de elektronica, waardoor alles roest of beschadigd raakt. Het is een chaos.
Daarom kiezen we nu steeds vaker voor infraroodverwarmers met een hoge IP-classificatie. De ‘IP-classificatie’ klinkt misschien als technisch jargon, maar het betekent gewoon dat de apparaten goed afgesloten zijn. Hierdoor blijft het waterdamp uit de buurt van de elektrische onderdelen. Geen lekken, geen oxidatie, en minder problemen met stroomstoringen.
Het voordeel van infraroodverwarming
Hier komt het leuke van: traditionele warmtewisselaars proberen de lucht op te warmen. Maar als je een hoge plafondhoogte hebt, gaat de warmte gewoon omhoog, terwijl jij nog steeds op de badmat staat te rillen.
Infraroodverwarmers werken anders. Ze sturen golven uit die rechtstreeks je huid en de vloer raken. Je voelt de warmte al zodra je de schakelaar omzet. Het is instant.
Een paar tips voor de installatie
Je kunt deze apparaten meestal gemakkelijk in een standaard plafondrooster monteren. Er is echter één nadeel: ze vereisen veel stroom om warmte te genereren.
Als je er meerdere wilt installeren, controleer dan eerst je stopcontacten. Je wilt immers geen oude bedrading overbelasten. Het is dus handig om eerst even te kijken voordat je begint met boren.
Uiteindelijk is het gewoon een slimme manier om warm te blijven. Omdat de verwarmingsunit gescheiden is van de vochtigheid, blijven deze apparaten lang werken. Je hebt dan een badkamer die op een spa lijkt, zonder de constante zorgen dat je verwarmer het gaat begeven.